U bent hier: Home › Omgeving › Fietsen en wandelen › Wandelroutes

Wandelroutes

Wandelen in het Aamsveen

Er kan direct vanuit het terrein van NON Aamsveen vertrokken worden maar door de natuurbeheerder is ook een gemarkeerde wandelroute uitgezet die hieronder wordt beschreven.

Wandelen is uitsluitend mogelijk op de aangegeven wandelroute. Deze route is gemarkeerd met gele paaltjes. Het begin- en eindpunt bevindt zich op P-plaats aan de Aamsveenweg tegenover de Roodmolenweg, de wandeling duurt ongeveer 1 uur. Omdat de route door een hoogveenreservaat loopt, is het aan te raden waterdicht schoeisel te dragen.

Beschrijving ( bron: Naturalis)

Dit reservaat is een restant van een hoogveencomplex, dat zich vroeger aan weerszijden van de Nederlands-Duitste grens uitstrekte. Reeds eeuwenlang hebben boeren uit de omgeving in het Aamsveen voor eigen gebruik veen gestoken. De zware bonken veen werden gedeponeerd op een speciaal in het veen aangelegde plaats. Dit was de kluunplaats, ook wel kluundel genoemd. Het veen werd vermengd met water, door ossen of paarden fijngetrapt tot een dikke brei. De ondergrond van de kluunplaats bestond geheel uit veldkeien. In het midden was een paal geplaatst, daaraan werden de ossen of paarden vastgebonden. De kluunplaatsen worden al lang niet meer gebruikt en waren voor een deel begroeid door o.a berken en heide. Een tiental van deze plaatsen zijn door ons teruggevonden, een aantal hiervan is met behulp van vrijwilligers weer in oude glorie hersteld. Andere wachten hier nog op. Het gebied werd in 1952 door de Dienst der Domeinen overgenomen met als doel het gehele veen in cultuur te brengen. Dit is echter nooit tot uitvoering gebracht. In 1967 werd het reservaat in erfpacht afgestaan aan de toenmalige Stichting Het Overijssels Landschap. Het Aamsveen bezit een voor Nederland uniek aantal vegetatietypen. Op de ondergraven hoogveenpercelen deze vinden we voornamelijk aan de oostzijde bij de Duitse grens wordt een droge heidevegetatie aangetroffen. Deze wordt dikwijls afgewisseld door opslag van ruwe en zachte berk, ratelpopulier, wild en zomereik. Verder komen hier o.a. nog voor adelaarsvaren, blauwe en rode bosbes en struikheide. In het afgegraven veen vormt zich in de oude veenputten bij voldoende hoge grondwaterstand opnieuw hoogveen. In de oppervlakkige afgegraven hoogveenpercelen vinden we eenarig wollegras, pijpestrootje, dopheide, veenmos, ronde zonnedauw, veenpluis, gewone zegge en snavelzegge. Meer naar het westen is het veenpakket dunner. Bijzonder fraai is hier de overgang heide- naar beekdallandschap te zien. De gebieden welke hier vooral in natte tijden onder water staan, zijn begroeid met zeggesoorten, veenpluis, wateraardbei, schildvruchtereprijs, waternavel en pijpestrootje. Via aanleg van dammetjes recent gestimuleerd.

Nog verder naar het westen vinden we het dal van Glanerbeek; deze beek ontspringt vlak over de Duitse grens. Hier vinden we ook enkele zeer natte percelen, waarin we o.a. aantreffen bosrus, moerasviooltjes, wateraardbei, waternavel, melkeppe, kattestaart, biezeknoppen, kale jonker, egelboterbloem, moeraswalstro, en penningkruid. In deze zone komen zeer fraaie gagelstruwelen voor. De hierop aansluitende schraallanden zijn veelal dichtgegroeid met pijpestrootje. Voorts treffen we hier aan: blauwe knoop, kleine valeriaan, tormentil, kleverig walstro, wilde bertram en kale jonker. In de noordwestelijke uitlopers van het reservaat vinden we de overgang van schraalland naar heide, het zogenaamde heischrale grasland. Dit deel van ons reservaat is floristisch gezien het meest interessant. We treffen hier o.a. gevlekte orchis, welriekende nachtorchis, klokjesgentiaan, boskartelblad en vleugeltjesbloem aan. Regelmatig worden deze terreinen gemaaid. Het broekbos langs de beek is van een zeer gevarieerde samenstelling. Aan de zijde van het veen vinden we een gagelstruweel en berkenopslag. Langs de beek treffen we een struweel aan van wisselende samenstelling met o.a. sleedoorn, meidoorn, amandelwilg, ratelpopulier, wilde appel, gelderse roos, zoete kers en vogelkers. Iets verder van de beek af zijn de ruwe en zachte berk, zomereik, vuilboom, grauwe en geoorde wilg beter vertegenwoordigd. In de overgang naar de beekbosjes groeit veel zwarte els. In de ondergroei vinden we braam, hop, rankende helmbloem, moeraszegge en glidkruid. Dit gebied is zeer rijk aan paddestoelen. Ten westen van de beek heeft de stichting verschillende graslanden in bezit. Deze graslanden worden verschraald d.m.v.maaien en beweiding. Ook de fauna is goed vertegenwoordigd. Van de zoogdieren treffen we hier aan: haas, konijn, egel, hermelijn, vos, ree, en diverse muizensoorten. Het aamsveen dient ca. 70 soorten vogels tot broedterrein.

Als bijzonderheid vermelden wij klapekster en grauwe klauwier, terwijl u op uw wandeling wellicht ook de buizerd, torenvalk of in de winterdag de blauwe kiekendief te zien krijgt. In voor- en najaar kan men veel waarnemingen doen van allerlei trekvogels, waaronder: vinkachtigen, steltlopers, en met veel geluk kraanvogels. Enkele delen van het Aamsveen zijn rijk aan reptielen en amfibieën waaronder de adder, de kleine hagedis, de heikikker en de zeldzame boomkikker. De bloemenrijkdom van het sterk gevarieerde veen-heide-schraallandterrein veroorzaakt een rijk insectenleven.

Tot dit object behoort ook een smal, lang terrein van 20 ha aan de Kersdijk, een gebied dat voornamelijk begroeid is met dopheide. De klokjesgentiaan, beenbreek en de zeldzame zevenster groeien hier. In het midden ligt een bosje bestaande uit berk en els. In het oostelijk gedeelte is een wandelpad uitgezet.


Ogenblik a.u.b. ...